Mijn naam is Raymond Staring. Ik ben op 10 december 1978 geboren in Zeddam, maar mijn ouders hebben mijn wiegje al binnen drie weken opgepakt en neergezet in Groessen, een klein plaatsje achter Duiven. Voor mijn gevoel ben ik dus een geboren en getogen Groessenaar.

Toen ik een jaar of zes was ging ik als haast vanzelfsprekend voetballen bij sportclub Groessen. Dat deden namelijk alle jongens uit het dorp (net zoals meisjes op handbal gingen). Niet dat dit een straf was; ik heb mijn hele jeugd met veel plezier achter de bal aan gerend en in erg leuke elftallen gespeeld. Doordat sportclub Groessen relatief een kleine club was ontstond er op den duur een hechte teambuilding aangezien je leeftijdsgenoten steeds met je meegroeiden naar het volgende elftal.                                                                      Ik zag mezelf als een hardwerkende middenvelder zonder veel talent. Dit gebrek aan talent wist ik veelal te compenseren met mijn bereidheid hard te willen werken.

Rond mijn zestiende mocht ik af en toe meedoen met het senioren selectie-elftal van de club en had ik een paar keer mee mogen spelen met een Liemers en een Gelders selectie-elftal. Als ik al dat talent om me heen zag in die selectie-elftallen zakte mij de moed in de schoenen. Die gasten waren in mijn ogen dusdanig goed, dat het mij nooit ging lukken om daar uit te blinken.

Toen ik 15 jaar was kreeg ons gezin een hele zware klap te verwerken: het verlies van mijn zus. Daarmee verloor ik mijn soulmate en klapte mijn jonge wereld in. Ik bleef voetballen, ging gewoon naar school en deed mijn ding maar was feitelijk domweg ontspoord en van slag door dit grote verdriet. Mijn plezier in de voetballerij nam af tot een nulpunt (waarschijnlijk omdat ik mezelf niet goed genoeg vond om hierin ver te komen) en ik besloot ermee te stoppen.

 

"Champions are made from something they have deep inside them"

Muhammad Ali

 

Ik deed vervolgens een tijdje niks totdat Tjiellup, een goede vriend van me, mij meenam naar sportstudio Re-action om wat te gaan fitnessen. Tjiellup had een karateachtergrond en hij wist me zo gek te krijgen om samen met hem eens mee te doen met de kickboksles die daar ook gegeven werd. Zo gezegd zo gedaan. De eerste les was een pijnlijke maar ook erg gave ervaring. Alles deed zeer, maar we waren trots op onszelf dat we het hadden volgehouden. Ondanks dat we voor een heel lange periode na elke les bont en blauw in de auto zaten vonden we het erg leuk en dus bleven we trouw gaan. Het kickboksen liet me nou eenmaal lekker voelen. Je was er volledig op jezelf aangewezen en kreeg er niks cadeau. Als je vooruit wilde komen, moest je er letterlijk voor willen knokken. Gewoon, je pijn wegbijten en doorgaan. Dat voelde voor mij hetzelfde als het verwerken van het verdriet om mijn zus, en zo kwam het dat ik net wat meer bezieling en wilskracht had dan de rest. De trainer (Henk Lamers) zag dat ook en hij besloot me daarom mee te nemen naar de sportschool van zijn eigen trainer, Fred Royers. Ook daar weer volgde een harde leerweg, maar gelukkig werd ik weer gesteund door een nieuwe voedingsbodem: mijn verkering liep stuk en mijn hart was gebroken. Ik voelde mij intens verdrietig, in de steek gelaten, vernederd en belazerd. De woede over deze relatie kwam mij goed van pas om mij staande te houden in de harde wedstrijdgroep van Fred Royers. Daarbij hoefde ik nu met niemand meer rekening te houden en dus kon ik zoveel gaan trainen als ik maar wilde. Ik voelde mij alsof ik me had vrijgevochten uit een jarenlange onderdrukking en stortte mij vol overgave op de trainingen.

 "Anyting that doesn't kill  you          makes you stronger!"

Ik ging kijken naar een kickboksgala in het Arnhemse Luxor theater waar Henk Lamers de hoofdpartij vocht. En toen wist ik het helemaal zeker. Wat een helden, wat een kick! De ultieme sportieve krachtmeting, dit wil ik ook! (Ik las laatst de biografie van Regillio Tuur en daarin schrijft hij: ?You will recognize your destiny when you see it.? Toen ik dat las begreep ik precies wat hij bedoelde.) Ik maakte de afspraak met mezelf dat ik ooit in mijn leven een keer op dat podium tussen die touwen zou staan. Pas dan zou ik echt meetellen als kickbokser. Het Thaiboksen was hiermee inmiddels zo belangrijk voor mij geworden dat ik besloot een statement te maken naar mezelf en de buitenwereld. Een symbolische bevestiging van de afspraak met mezelf dat ik er altijd voor 200% voor zal gaan. Ik liet ?Muay Thai? op mijn buik tatoe?ren, en daarmee was mijn lot bezegeld.

 

 

Met behulp van Sensei Fred Royers kon ik mijn afspraak nakomen en natuurlijk was ik vanaf mijn eerste wedstrijd gelijk verslaafd aan de kick en de adrenalinerush die de ring geeft. Tot op heden ben ik daar nog steeds niet van genezen.

Mijn leven is inmiddels gelukkig wel wat meer in balans, en mijn motor draait niet meer enkel op woede en verdriet. Ik heb simpelweg mijn hart verloren aan de puurste en mooiste ringsport die er is en ik heb nog steeds de zin en de energie om het maximale uit deze passie te halen.

 

?I?m a lover, not a fighter?

B. Zimmerman