Partij 42: A-klasse                                                   Samranchai

Haarlem, 6 mei 2007                                          Verlies punten

Ik probeer al mijn ervaringen te zien als een groot leerproces. En mijn vechtsportcarričre is daarbij net als het ‘normale’ leven: je krijgt klappen en je slaat terug. Zo heb ik een periode achter me waarin mijn resultaten in de ring niet overeenkomen met mijn inzet en mijn gedrevenheid. Spreekwoordelijk zat ik zo in de hoek waar de klappen vielen en dus was het tijd om tot bezinning te komen en het juiste spoor terug te vinden.

Ik ben gewend keihard te trainen en daardoor kan ik extreme prestaties eisen van mijn lijf. Het was dan ook een hele vreemde gewaarwording voor mij dat ik de voorgaande twee partijen niet de fysieke conditie en kracht had die voor mij gebruikelijk is. Ik moest alles steeds onderuit mijn tenen persen en ook mijn trainingen verliepen ongewoon zwaar en moeizaam. Het was me duidelijk dat er iets niet goed was met mijn lijf en dus was het tijd voor onderzoek. 

 

Zo ging ik op 23 maart al naar trainingsgoeroe Henk Kraaijenhof. Deze Kraaijenhof is een absoluut toptrainer/coach die (olympisch) kampioenen als Nelli Cooman, Edgar Davids, Troy Douglas en Merlene Ottey heeft getraind en begeleid. Hij onderzocht mijn lichaam met zijn omega-wave apperatuur en stelde onder andere vast dat verschillende van de gemeten waarden een indicatie gaven voor structurele overtraindheid. Ik had zelf natuurlijk ook al wel dit vermoeden (ik ging niet voor niks naar hem toe!) en dus was deze uitslag geen grote verassing voor mij. Hij heeft mij grondig onderzocht en ik heb ruim twee uur van zijn kennis mogen genieten, maar ondanks dit alles ging ik niet bij hem weg met een concreet antwoord op de vraag hoe ik dan verder moest gaan. Naast signalen van overtraindheid wezen de testen ook uit dat mijn fysiek leek op die van een duursporter, en ik kreeg het advies in ieder geval niet meer te gaan trainen (volume) en misschien wat kortere en explosievere trainingsvormen te proberen. En vooral eens structureel rust inbouwen.  Rust, tsja…wanneer dan? Ik heb immers een partij op het programma!

Nou is een van de eerste stappen in zelfontwikkeling volgens mij dat je kritisch durft te zijn naar jezelf. Een vervolgstap is bijvoorbeeld dat je ervaringen deelt en je licht gaat opsteken bij een expert. Dat lukt me nog wel. Maar dan komt uiteindelijk ergens de stap van het veranderen van patronen. En aangezien ik nogal een structuurmens ben die al jaren volgens dezelfde routine zijn trainingen afwerkt is dat niet makkelijk voor mij. Zodoende trainde ik gewoon door en had ik voorafgaand aan mijn partij in Tilburg praktisch niets gedaan met het advies meer rust te nemen. Mijn lichaam kwam uiteraard in opstand en ik kreeg allerlei vreemde ontstekingen in mijn lijf die bestreden moesten worden met antibiotica. En dus vocht ik die partij niet enkel tegen mijn tegenstander, maar ook tegen een lichaam dat niet meer mee kon met mijn hoge eisen. En ik kan verzekeren dat het echt geen pretje is als je tussen die touwen staat en je lichaam wil niet meewerken!

 

“Als je doet wat je altijd deed, blijf je krijgen wat je altijd kreeg”

Nu was het was niet zo dat ik de signalen ontkende. Door het jarenlange trainen ken ik mijn lichaam heel goed en het was me dan ook wel duidelijk dat er iets niet goed was. Maar ik zat vast in mijn gewoontes en kon nog geen gevolg geven aan een aanpak van de problemen. En zo stond ik twee dagen na die partij alweer te trainen en alles uit mijn lichaam te persen. Ik ben er nou eenmaal op getraind juist een tandje bij te schakelen als het tegenzit. Maar uiteraard werkt dat bij overtraining de problemen alleen nog maar verder in de hand...

Gelukkig zag ook Fred dat mijn fysiek niet normaal was en op zijn aanraden heb ik een bloedtest laten doen. De uitslag wees op een extreem hoge CK-waarde, wederom een goede indicator voor overtraining. Dat was dan toch wel genoeg reden om een dag of vier niet naar de sportschool te gaan. Een hele stap, en een grote mentale ramp. Ik doe al jaren niets anders dan alles geven wat ik heb en zoveel trainen als ik kan. Want alleen dan weet ik zeker dat ik er alles aan gedaan heb en dat ik het verdien te winnen. Maar nu moest ik verplicht een paar dagen op de bank zitten terwijl er een partij op het programma stond! Het zal wel een beetje geobsedeerd overkomen maar dat is echt vreselijk moeilijk voor mij.

 

“Train zoveel als nodig is, niet zoveel als mogelijk is”

Henk Kraaijenhof

Het lastige daarbij was dat niemand mij duidelijk kon vertellen hoeveel rust ik dan moest nemen. Twee dagen? Een week? En ben ik dan weer helemaal hersteld? Moet ik op een lagere intensiteit gaan trainen? Twee dagen trainen, één dag rust misschien? Of vier dagen trainen, twee dagen rust? Wat doe ik fout in mijn aanpak? Hoe moet ik veranderen?

Ik werd gek van alle vragen in mijn hoofd. Dus was het de hoogste tijd voor een bezoek aan Lucy. Dat gaf gelukkig weer vertrouwen. Terug naar het gevoel en de intentie, dan komen de antwoorden vanzelf. Niet mezelf gek maken met al dat gedoe in mijn hoofd. Achteraf is het allemaal zo eenvoudig en vanzelfsprekend…

Ik had mijn training net weer een dag opgepakt toen ik bij twee andere experts op het gebied van het trainingsvlak op bezoek ging: Bas Willemsen en Coen Luiken van ‘theoverloadprinciple.com’. Zij onderzochten met een aantal vrij eenvoudige methodes mijn fysieke gesteldheid en diverse vormen van kracht. Deze heren trainen onder andere het korps mariniers en zijn dus types die graag duidelijke taal gebruiken. Nou, wat ik daar allemaal te horen kreeg! Uitspraken als: “Jij bent werkelijk onthutsend zwak voor iemand die op jouw niveau presteert…” En: “Het is haast een wonder dat jij met jouw constant hoge trainingsintensiteit en voedingspatroon al niet veel eerder volledig bent afgebrand…” En ook: “Het is eigenlijk gewoon knap dat jij überhaupt met dit lichaam al zo lang weet te presteren op dit niveau…”

Slik.

Dat is niet zo mooi.

En het klinkt ook niet erg aardig.

Maar ja, ik kwam voor antwoorden en die kreeg ik dus ook. Daarbij stelde de beide heren vast dat mijn cortisol niveau zeer hoog, en mijn testosteron niveau bedroevend laag was. Je raad het al: weer een goede graadmeter voor overtraindheid. Natuurlijk voelde ik me wel even een behoorlijk slappe sufferd, maar al gauw zag ik het positieve van al deze narigheid: het geeft aan dat er nog een heleboel te verbeteren is, en dat ik dus nog heel veel sterker kan gaan worden! Uiteindelijk ben ik dan ook heel blij met het krachtschema en het voedingsplan dat ik van hen mocht ontvangen.

Helaas heb ik dit voorgestelde krachtschema nog niet in de praktijk kunnen brengen. Buiten de wekelijkse worsteltraining met Bart Meekhof ben ik hier dus nog niet specifiek mee bezig.

Dat komt omdat het gewoon niet makkelijk is om midden in je wedstrijdvoorbereiding allerlei trainingen te laten schieten om ‘aan het ijzer’ te gaan. En de krachttraining er ‘even’ bij doen is geen optie voor mij aangezien ik vooral niet meer moet gaan trainen. Dus dat komt deze zomer aan de beurt.

Wel ben ik gericht een paar van hun voedingsadviezen opgevolgd en dat bevalt me tot op heden erg goed. Nu heb ik in het verleden heel wat boeken over voeding gelezen, maar ik heb ze allemaal aan de kant gegooid omdat ze elkaar veelal tegenspreken. Vervolgens heb ik mijn eigen plan getrokken en ben ik mijn eigen gezonde voedingspatroon gaan ontwikkelen. Ik heb dit voedingsprogramma uitvoerig onderzocht en zo weet ik dat mijn voeding prima voldoet aan alle geldende normen en adviezen. En daarbij heb ik mijn gewicht er al jaren prima mee onder controle. Maar ondanks dat ik dus al jaren in mijn eigen dieet geloof hebben Bas en Coen mij er toch van kunnen overtuigen dat ik mijzelf niet moet vergelijken met al die standaard normen. Het is nou eenmaal niet erg standaard wat ik van mijn lijf vraag. Ook hebben ze mij duidelijk gemaakt dat de volgorde van voedingstoffen erg belangrijk is en zodoende sta ik nu regelmatig ’s ochtends vroeg een biefstuk of een vis te bakken voor mijn ontbijt.

Maar het allerbelangrijkste van alles is mijn gevoel en de rust in mezelf. Om weer dicht bij mijn ware intentie te komen sta ik sinds mijn bezoek aan Lucy ’s ochtends eerder op om nog voor mijn (nieuwe) ontbijt eerst te gaan mediteren. Innerlijke rust en ware intentie, ik weet dat het voor velen nogal zweverig zal klinken. Hoe ik het allemaal het beste kan beschrijven weet ik ook niet, maar het is in ieder geval heerlijk om te merken dat sindsdien alles snel weer ‘op zijn plek’ begint te vallen. En dat brengt mij bij een ander heel belangrijk punt: de focus. Dik een jaar terug ben ik veranderd van werkgever en sindsdien is er veel gebeurd. Door allerlei omstandigheden ben ik er bij mezelf achter gekomen wat ik het liefste wil gaan doen na het vechten en dus ben ik veel nieuwe dingen gaan oppakken. Zodoende is mijn focus op veel verschillende dingen gericht geweest en ging mijn aandacht naar veel andere zaken dan enkel de aankomende wedstrijd. Een verstoorde balans, veel interne strijd tegen de veranderingen, een overtraind lichaam en een verdeelde focus, niet echt de toverformule voor een topprestatie...

Lang verhaal kort: ik kwam erachter dat ik dingen moest en wilde gaan veranderen en daar ben ik mee aan het werk gegaan. Ik heb dus vaker (en eerder) naar mijn lichaam geluisterd als rust nodig was. Ook heb ik veranderingen in mijn voedingspatroon doorgevoerd en bovendien ben ik aan het werk geweest met focus, innerlijke balans en intentie. En voilŕ: ik voelde me al snel weer stukken energieker en krachtiger en ik kreeg weer plezier in het trainen omdat ik niet al moe was voordat ik nog moest beginnen.

 

You have to expect things of yourself before you can do them
Michael Jordan

 

Dat werd ook hoog tijd, want het was al bijna 6 mei en Samranchai zou vast geen rekening willen houden met mijn balans, focus of intentie. Nou heb ik weliswaar eerder tegen een Thai gevochten, maar jarenlang heb ik als beginnend vechter ‘tegen een Thai vechten’ gezien als het meest enge en idiote dat je kan doen. En dat beeld raak je dan toch niet zomaar kwijt. Bovendien was die partij zo snel (in mijn voordeel ) beslist dat je niet echt kunt spreken van een goede leerervaring. En omdat ik toen niks van mijn tegenstander wist kon ik me daar ook niet druk over maken. Deze Samranchai daarentegen is inmiddels wel een bekende in Nederland, en zijn reputatie liegt er niet om! Een geluk bij een ongeluk zeg maar dat ik voornamelijk druk was met mezelf…

Ik was in de veronderstelling dat de partij op 70 kilo was afgesproken, maar een goede week voor de partij kreeg ik te horen dat ik 69 kilo moest wegen. Met mijn nieuwe focus als hulpmiddel ben ik dus heel streng voor mezelf geweest en zo bracht ik bij de weging een broodmagere 68,5 kilo op de weegschaal. En mijn Thaise vriend? Ondanks dat hij voorheen tot de 63 kilo vocht woog hij 69,6 kilo! Nou doe ik normaal echt niet moeilijk om een kilo, maar gezien de honger die ik had moeten lijden was ik hier flink van ontdaan. Maar dan moet je dat blijkbaar maar normaal vinden als vechter en niet zeuren. Waarom spreek je dan eigenlijk nog een gewicht af denk ik dan. Ach ja, het zit wel vaker tegen en het is dan gewoon zaak dat je dit omzet in iets positiefs zoals extra motivatie om alles te geven. Doorgaans wordt ik gelukkig alleen maar sterker van tegenwerking.

Op de wedstrijddag voelde ik me lekker. Fred hielp me eraan herinneren dat ik toch maar mooi weer even op een absoluut topgala stond waar ik mezelf mocht gaan meten met een van de beste en gevaarlijkste Thais van de wereld. Dat is gewoon prachtig en de moeite waard je bed voor uit te komen. Ook bij de warming-up voelde alles goed. De ervaring gaat tellen door de jaren en zodoende voel je al snel of je lekker in je vel zit of niet. Helaas waren er toch weer wat storende factoren. Zo had ik de derde partij na de pauze en aangezien deze slechts 5 minuten zou duren was ik voor de pauze dus al aardig warmgedraaid. Voor je het weet vallen er namelijk twee KO’s en moet je binnen een kwartier in de ring staan. Maar toen duurde de pauze bij nader inzien toch dik een half uur… Daarna werden alle Nederlandse en Thaise vechters opgeroepen zodat ze in de ring voorgesteld konden worden aan het publiek. Stonden we daar met zijn allen dik tien minuten te wachten in de rokerige drukke zaal tussen allerlei publiek voordat we even de ring in moesten om te luisteren naar het volkslied. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het een hele eer dat het volkslied onder andere voor mij wordt gedraaid. Maar de onduidelijkheid naar de vechters toe en het lange wachten in een stressvolle en rokerige omgeving is in mijn ogen niet echt iets wat hoort bij een professionele voorbereiding. Zo zijn er overigens een boel zaken in kickboksland met betrekking tot de omgang met de sporters waar ik me aan erger. Maar daarover een andere keer misschien meer. 

We stonden in de ring en de volksliederen werden gespeeld. Ik voelde me goed en zat heerlijk in mijn focus. Alle tijd om Samranchai eens rustig te bekijken. Hij vond het niet leuk dat ik zijn ogen zocht en keek weg. Mijn blik daalde af naar beneden en ik was even onder de indruk van die korte dikke pootjes. Mijn god, wat een enorme stalen kuiten heeft die opdonder! Gauw de focus weer naar boven en verder maar niet druk maken om die benen. Hard trappen kunnen ze allemaal, daar hoef je nou niet meer van te schrikken. Dacht ik flink bij mezelf. 

Dan is het mijn beurt. Snel de opkomst en eindelijk lekker in de ring. Moeilijk te beschrijven, maar ik voelde me goed en dan is het een heel aparte vorm van genieten als je daar zo staat. Uiteraard deed Samranchai uitgebreid zijn Wai Kru en dus ik had alle tijd om lekker verder te genieten van het warme canvas onder mijn voeten. De mengeling van het komende gevaar, de spanning, de drang om te presteren, de meute die toekijkt, de hitte van de lampen, het gevoel van de ringvloer, het gloeien van je spieren. Wat zijn er toch vreemde dingen waar je verslaafd aan kunt raken.

Ronde 1 begint en ik begin op afstand te bewegen en te zoeken naar mogelijkheden. Mijn voorste hand treft regelmatig en Samranchai raakt geďrriteerd. Dan, in een slagenwisseling raak ik uit balans en ik krijg een stoot mee. Ik val en sta gelijk weer op mijn benen. Maar de scheidsrechter begint al te tellen. Ik kijk hem enigszins verbaasd recht aan en zie in zijn ogen dat hij baalt van zijn vergissing. Deze acht tellen waren niet nodig. Het is nou eenmaal mensenwerk en dus begrijpelijk, maar ook wel erg zuur aangezien dit zwaar zal tellen. Ik laat me er niet door van mijn stuk brengen en vecht een goede eerste ronde waarin ik veel vanaf de buitenkant weet te scoren.

Eenmaal in mijn hoek is ook Fred tevreden. Maar ja, deze ronde zal wel naar hem gaan gezien de acht tellen. Maar het loopt goed, en Samranchai heeft nog geen echte indruk op mij weten te maken. Ronde twee gaat dan ook lekker. Ik scoor wederom veelal op buitenafstand en kom tevreden in mijn hoek. Zaakje onder controle en op naar drie. Daar begint de Thai meer de clinch te zoeken waardoor ik minder kan scoren met mijn stoten. Ik had vooral heel wat meer trapkracht van de Thai verwacht en ben op zich nog steeds tevreden.

 

Samranchai is er inmiddels achter dat hij het niet gaat winnen op stootafstand. In ronde vier zoekt hij daarom keer op keer zeer handig de clinch. In de clinch knie ik met hem mee, maar hij weet veelal handig mijn balans te verstoren. Het kenmerk van de Thai. Ook in vijf zoekt hij geen enkele keer meer de confrontatie. Hij rent haast naar voren om mij te pakken en het lukt me vaak maar net om twee stoten te zetten voordat we weer in elkaar verstrengeld zijn. De balansverstoringen zijn irritant en ik raak gefrustreerd omdat ik geen kans krijg meer combinaties te maken. Ik wil hem zo graag nog een paar keer hard raken, maar dan gaat de bel alweer. Einde partij en ik heb kort overleg met Fred. Een onbeslist is redelijk te verwachten, maar gezien de acht tellen in ronde 1 en het sterke clinchwerk van de Thai in 4 en 5 weet je het niet zeker. Bovendien is het toch vaak moeilijk in te schatten hoe dat clinchen nou eigenlijk beoordeeld wordt. Er zou een soort van handboek moeten komen met een beknopte weergave van het waarderingssysteem van de vele bonden. Even later krijg ik de partij verloren en ik feliciteer mijn Thaise vriend. Nou is verliezen normaliter een ramp voor mij, maar dit keer niet. Ik voel mij sterk en ben tevreden met mijn prestatie.

Want ik heb mezelf teruggevonden en mijn lichaam voelde goed aan gedurende de partij. Het kan allemaal nog scherper en beter, maar het niveau van eerdere toppartijen is voelbaar dichtbij. En gezien het formaat (in figuurlijke zin) van mijn tegenstander kan ik mezelf in deze niets verwijten. Enkel in de clinch was hij duidelijk handiger, maar ik kan niet van mezelf verwachten dat ik in een paar lessen worstelen op hetzelfde niveau zit als iemand die dagelijks puur op clinchen traint vanaf het moment dat hij kan lopen.

Ook Fred is tevreden. Het vuur is weer terug gevonden en ik lijk de sleutel te hebben gevonden om weer op het gewenste niveau te komen. Dus ik heb goede zin en ga samen met Fred nog een eindje verder deze weg bewandelen. Waar het precies naar toe gaat weet ik (nog) niet, maar je hoeft het eind van de weg dan ook niet te zien om de volgende stap te kunnen zetten. Ook Rebecca loopt mee en verder is iedereen welkom die in me wil blijven geloven.

 

 

De lessen die je moet leren komen nooit eerder dan wanneer je er klaar voor bent,

en als je op de tekenen let,

zul je zonder meer alles leren wat nodig is voor de volgende stap.

 

- Paulo Coelho, De Zahir -