Partij 33:  A-klasse                     R. v/d Heijden (Mejiro Gym)Arnhem, 2 oktober 2005                                       Winst KO r5

Dik vijf jaar geleden had ik als beginnend kickbokser op de tribune gezeten tijdens ‘The Battle of Arnhem 1’. Dit was toen voor mij het grootste gala ooit bezocht en het maakte vreselijk veel indruk op mij. Een volle rijnhal, een prachtige entourage, flitsende lasershows en veel grote namen uit het K1-cicuit. Ik vond het geweldig om die topvechters daar te zien, en de gedachte kwam niet eens in me op dat ik daar misschien ook ooit wel zou kunnen staan. Ik kreeg dan ook een heel warm gevoel van binnen toen Fred me vertelde dat hij was benaderd door de organisatie van ‘The Battle of Arnhem’. Er zou wederom een gala georganiseerd worden in de rijnhal en de vraag was of ik tegen Rogier van der Heijden wou komen vechten. Nou ja, toen Fred het me vertelde was het eigenlijk geen vraag, maar meer een stelling: “Jij vecht op 2 oktober tegen Rogier van der Heijden in de Rijnhal”. Hij wist natuurlijk ook wel dat ik hier nooit nee tegen zou zeggen. Het voelde als een jongensdroom die werkelijkheid werd.

Van der Heijden draait al heel lang mee aan de top en heeft al tegen vele grote namen gestaan. In meer dan vijftig partijen was hij nog nooit aangeteld, laat staan uitgeteld. Een ervaren rot met een harde kop dus. Ik wist dus dat ik een flink probleem zou krijgen met hem, maar de gedachte in de rijnhal te mogen staan maakte dit allemaal goed.

Mijn voorbereiding verliep in principe heel goed. Ik draaide op de top van mijn kunnen en met name tijdens het pads-werk met Fred voelde ik dat ik scherp was en goed in mijn vel zat. Ruim een week voor de partij echter begon ik steeds meer en meer last te krijgen van griepklachten. Ik probeerde me hier tegen te verzetten door maar door te gaan en door te trainen. Het was me wel vaker gelukt over een griep heen te trainen, en dat zou ik ook dit keer wel redden. Mooi niet. Het werd van kwaad tot erger en uiteindelijk heb ik me gewonnen moeten geven aan de griep. Donderdags voor de wedstrijd bleef ik thuis van mijn werk en heb ik me beroerd liggen voelen op de bank. Alles was me teveel, ik voelde me ellendig en zwak en daarom ben ik ook de vrijdag de bank haast niet afgekomen.

Ondertussen maakte Rebecca zich vreselijk zorgen. “Hoe kun je nu zo gaan vechten? Hoe moet dan nu zondag?”. Ik antwoordde steeds dat ik op dat moment weliswaar ziek was, maar dat ik zondag beter zou zijn. Ik weet dat ze twijfelde of dit me ging lukken (en ook Fred zal getwijfeld hebben wat hij moest doen), maar ik was resoluut en er was geen ruimte voor discussie. Al die tijd op de bank bleef ik voor mezelf maar één ding herhalen: “Zondag ben ik beter en vecht ik in de rijnhal”.

‘Mind over matter’ zeggen ze dan. En het werkte. De geest is nou eenmaal sterker dan het lichaam. Ik heb hier vele boeken over gelezen en ben er dan ook heilig van overtuigd dat je met geestelijke kracht je eigen werkelijkheid kan creëren. De bewuste zondag voelde ik mij niet meer ziek. Maar goed, ik had nog niet gevoeld hoe mijn lijf zou reageren als ik weer inspanning ging verrichten. Ik had geen idee wat deze griep met mijn conditie en mijn spierkracht had gedaan.

Met de onzekerheid over mijn conditie in mijn achterhoofd vocht ik de eerste twee ronden vrij behoudend. Ik deed denk ik net iets te weinig om de partij in balans te houden en wellicht dat van der Heijden dan ook een licht voordeel had in deze eerste twee ronden. Na wat aansporingen van Fred (“Wil je die partij winnen of niet?”), ging ik meer druk geven vanaf ronde drie. En vanaf dat moment ging ik de partij dan ook meer en meer naar mijn hand zetten. In ronde vijf kreeg ik een ingeving, en op exact het juiste moment gaf ik mijn rechter highkick. Aangezien van der Heijden juist op dat moment instapte liep hij er vol in en ging hij zwaar KO.

Later was ik de beelden aan het bekijken met het volume vrij hard. Toen viel mij ineens op dat je André Mannaart vlak voor deze laatste actie hoort coachen naar van der Heijden: “Handen hoog Rogier! Vooral je rechter!” Van der Heijden volgt dit advies perfect op en plaatst zijn rechter hand goed bij zijn gezicht. “Ja, daar ja!”, hoor je Mannaart weer coachen. Onderwijl zakt echter zijn linker hand en komt dus de high-kick. Ik weet het niet zeker want ik kan het me niet herinneren, maar misschien heb ik dus wel ergens ver in mijn onderbewuste de stem van Mannaart gehoord en heeft hij me zo ‘getriggerd’ voor het maken van de trap.

Geweldig om zo te mogen winnen in de Rijnhal. Prachtig om in ronde vijf zo een partij te beëindigen. In de kleedkamer nog even nagepraat met van der Heijden. Een geweldige sportieve vent. Echt een aardige kerel.

Een dag later stond ik weer gewoon op mijn werk. Dit keer echter nog zieker dan de week ervoor. Ik had letterlijk met mijn geest mijn griep tijdelijk geblokt, en nu kwam hij er twee keer zo erg uit. Maar ja, ik vind dat als je een partij kunt knokken dat je dan ook in staat bent om naar je werk te gaan.

      “A quitter never wins,                       and a winner never quits”

Napoleon Hill