Partij 30:  A-klasse                                  F. Merza (CityThong)Wenen, 14 november 2004                                        Winst pnt

Mede door mijn goede partij tegen de Tsjech Merlin in Druten kreeg ik een kans om in Wenen te komen vechten op de Vienna Fight Night. Dit zal ik even beknopt proberen uit te leggen:

Het gala in Druten was georganiseerd door de heren Cocu en Ubeda. Zij zijn de drijvende kracht achter de WFCA, en deze bond is nauw verbonden met de Vienna Fight Nights. De Vienna Fight Nights worden op hun beurt weer georganiseerd door de heren Bauer en Wokurka. Deze twee heren vormen samen het brein achter de inmiddels zeer bekende Superleague. De Vienna Fight Night wordt door Bauer en Wokurka veelal gebruikt als testcase voor vechters om te bewijzen dat ze goed genoeg zijn voor de prestigieuze Superleague. Zodoende was Wokurka dus op zoek naar vechters, en werd hij getipt door de heren van de WFCA dat Staring een goede optie was. Ik werd dolenthousiast toen mij werd toegezegd dat een goed optreden in Wenen gelijk zou worden beloond met deelname aan de eerstvolgende Superleague. Deze Superleague heeft gala’s door heel Europa, maar de eerstvolgende (december 2004) zou toevallig plaatsvinden in Nederland (Uden). Ik hoefde er dan ook niet lang over na te denken: “Fred, het maakt me niet uit wie ze voor me neerzetten. We gaan!”

Ik voelde me als vechter ver genoeg ‘gerijpt’ om mezelf te gaan meten met de allersterkste in mijn gewicht. Het was lange tijd onbekend wie mijn tegenstander zou worden, maar dat interesseerde me ook niet echt. Ik zei tegen mezelf: “Als je wil meetellen met de grote jongens zul je ook moeten knokken met de grote jongens”. Het is nu eenmaal een feit dat je ouder wordt, en je weet in je achterhoofd dat het ooit zal stoppen. En als het binnen handbereik is, waarom dan niet proberen of je mee kunt met het hoogst haalbare?

Dus we begonnen ons keihard voor te bereiden en alles ging dan ook lange tijd voorspoedig. Totdat ik echter tijdens de training een paar ernstig gekneusde ribben opliep. Nou heb ik al wel vaker een stel gekneusde (of gebroken) ribben gehad, maar dit keer was de pijn echt ondraaglijk. Ik was bang dat er dit keer echt iets lelijk stuk was gegaan en heb me dan ook maar laten nakijken in het ziekenhuis. Gelukkig geen ‘kritische’ schade, maar dat nam niet weg dat ik ontzettend beperkt was in mijn bewegingsvrijheid. Ik kon mijn eigen tas amper dragen, auto rijden was eigenlijk onverantwoord aangezien ik geen kracht had om te sturen en het aantrekken van mijn schoenen was elke ochtend een helse strijd. Tot overmaat van ramp was ik ook nog eens verkouden en iedereen die ooit een goed stel gekneusde ribben heeft gehad weet hoe het is als je dan de hele dag moet hoesten en niezen.

Maar ja, we hadden nou eenmaal ons doel voor ogen en waren niet van plan daar om welke reden dan ook van af te stappen. We hadden nog een week of drie de tijd, en ik zou alles op alles zetten om die partij te maken. Ik wist natuurlijk ook wel dat een dergelijke blessure zeker zes tot acht weken duurt, maar zoveel tijd had ik nou eenmaal niet. Voor een spoedige genezing heb ik me toen vele malen laten behandelen door Robert Dijkhof. Robert is de verzorger van kickboxing Zutphen (zelf zeer actief vechtsporter!) en heeft een eigen praktijk waarin hij vele blessures behandeld met diverse methoden zoals massages en energy flow principes. Het meest bijzondere van zijn behandelingen vind ik echter het Su Jok systeem. Dit is een methode die gebruik maakt van acupressuur en in mijn ogen het best te vergelijken is met de traditionele accupunctuur, maar dan veel simpeler. Hij heeft mijn genezing aanzienlijk versneld en ik was zeer onder de indruk van deze behandelmethode. Ik heb er later ook zelf een cursus in gevolgd en ik kan een ieder met pijnlijke blessures of andere klachten aanraden eens contact met hem op te nemen. Lees meer over Su Jok en de praktijk van Robert op: www.sujok.nl. Ik denk dat ik zonder Robert deze partij nooit had kunnen vechten. Nog steeds was één treffer op de bewuste plek fataal, maar ik had me redelijk normaal kunnen voorbereiden en voelde me sterk genoeg om de kans te wagen.

Pas een paar dagen voor mijn vertrek kreeg ik te horen dat ik zou vechten tegen de Oostenrijker Fadi Merza. Dat was toch wel even slikken. Deze Merza was alom bekend in kickboksland van de vele keren dat zijn verrichtingen in de Superleague te volgen waren op Eurosport. Geen ‘instapper’ dus, maar gelijk een echte vuurdoop. Daar kwam nog eens bij dat deze Merza traint bij City Thong, en deze Weense kickboksclub staat onder leiding van Wokurka. Jawel, de organisator van het gala. Ik had dus eigenlijk alles tegen me. In Wenen vechten tegen de Weense superheld, die getraind wordt door de organisator van het hele evenement die op zijn beurt in deze rol tevens verantwoordelijk was voor de jury en de scheidsrechters… Op papier kon ik eigenlijk alleen maar verliezen. Maar dat maakte het eigenlijk alleen maar makkelijker. Ik voel mij blijkbaar wel lekker in de positie van ‘underdog’.

Ik vertrok op vrijdag samen met de heren van de bond naar Wenen. Fred zou een dag later komen aangezien hij andere verplichtingen had. Op het vliegveld van Dusseldorf zat ik met mijn reisgezelschap wat tijd te doden. We raakten daar in gesprek met een Duitse zakenvrouw en ze vroeg ons waar wij naar op weg waren. De heren vertelde haar van het kickboksgala in Wenen en ze vertelden haar ook dat ik daar zou gaan vechten voor de Wereldtitel. Van buiten bleef ik koeltjes en knikte ik beleefd ‘ja’ naar de dame, maar diep van binnen was ik zwaar aan het flippen: “Voor de Wereldtitel? De WERELDTITEL?! Die rotzak van een Fred! Had hij me dat niet even kunnen vertellen?!” Ik herinnerde me ineens dat Rick Cocu inderdaad een wereldtitel gordel had laten zien die in zijn bagage zat. Wist ik veel waarom hij die liet zien. Maar dat betekende wel dat dit misschien geen geintje was… “Zou Fred dit voor mij verzwegen hebben? Zou kunnen, om te voorkomen dat ik me veel te druk zou maken…” Ik stuurde hem stiekem een SMS-je in de hoop dat hij meer duidelijkheid kon geven. Ondertussen deed ik of er niets aan de hand was en ik heb me de verdere reis kostelijk vermaakt met mijn kleurrijke reisgezelschap. Later bleek dat Fred hier ook niet van op de hoogte was. De organisatie was er simpelweg van uitgegaan dat wij wel wisten dat het om de wereldtitel ging.

In Wenen aangekomen werden wij prima ontvangen. Samen met vele andere vechters uit allerlei landen waren wij ondergebracht in een bovengemiddeld hotel. Alles werd betaald door mijnheer Wokurka en hij zorgde er goed voor dat wij niets tekort kwamen. Er hing dan ook een heel prettige maar tegelijkertijd ook best ‘geladen’ sfeer. We waren nou eenmaal niet bijeen gekomen om een gezellig weekendje te ganzenborden.

Tijdens mijn eerste wandeling door de stad zag ik grote posters hangen van de “Vienna Fight Night”. Groot in het midden stond daar Fadi Merza, met naast hem zijn oorspronkelijke tegenstander El-Amrani. Ik wist inmiddels dat ik de vervanger voor deze El-Amrani was. In grote letters stond onder de twee heren: “Weltmeisterkampf”. “Hmmm…was het dus toch geen grap….” Dacht ik bij mezelf.

Het belang van een goede promotie hoef je de heren van de Superleague trouwens niet duidelijk te maken. In alle tijdschriften, sportbladen en reclamefolders stond Merza groot afgebeeld met mooie foto’s en indrukwekkende teksten. Het toppunt zag ik echter pas toen ik een bezoekje bracht aan de gym van Merza. Er was daar een levensgrote muurprint waarop Merza schitterde in actie! Het was Merza voor en Merza achter, het middelpunt van de belangstelling. De Weense held werd daarin goed ondersteund door zijn achterban, de bazen van de Superleague.

Toch had ik inmiddels genoeg meegemaakt om hier niet zenuwachtig van te worden. Ik voelde mij prima in mijn element en genoot volop. Vooral de tijd alleen met mezelf op mijn hotelkamer is voor mij op zo’n moment van onschatbare waarde. Compleet afgezonderd van al mijn dagelijkse beslommeringen kon ik mijzelf daar volledig richten op mijn doel. Ik wist me dus prima te redden in mijn eentje, maar uiteraard was ik erg blij toen Fred een dag later arriveerde. Uiteindelijk doen we het toch allemaal samen. In Engeland had ik reeds eerder voor een wedstrijd een paar dagen met Fred in rust en stilte doorgebracht, en ik wist uit deze ervaring dat ik zo tot mijn beste prestaties kon komen. Tijdens ons samenzijn voel ik me dan zo perfect afgestemd op hem, dat het net is of onze gedachten samen één vormen. Twee zielen, één gedachte zeg maar. En in zo’n geval geldt: 1+1=3.

Toch kon ik ook aan Fred merken dat hij zich goed bewust was van onze underdog positie. We wisten dat we gehaald waren om te verliezen. We zouden gewoon gaan knokken voor wat we waard waren. Gewoon ons eigen plan uitvoeren en dan wel zien waar het ons zou brengen.

Eindelijk werd het zondag, de dag van de wedstrijd. Ik stond versteld van de prachtige Budo-arena waar het geheel zou gaan plaatsvinden. Dit bouwwerk was een moderne kopie van een Romeins Amfitheater en dus helemaal gemaakt voor dergelijke vechtsportevenementen. In de kern van het ronde gebouw was een grote ronde zaal met in het midden uiteraard de ring. De zaal was goed gevuld met enthousiast en sportief Oostenrijks publiek. Merza werd tijdens zijn opkomst met veel applaus en gejuich ontvangen door de meute. Toen ik opkwam was het angstvallig stil. Alleen Edsel van de Leuv (andere Nederlandse trainer die aanwezig was) deed zijn best mij een beetje op te beuren door in zijn eentje wat te klappen. Echt een hilarisch gezicht.

Nou, de verhoudingen waren dus duidelijk. Maar goed, dit was vooraf bekend en het hele circus kon mij dan ook eigenlijk niet interesseren. Tussen de touwen is het nou eenmaal toch gewoon ‘jij en ik’. Ronde één begon en ik ging heel behoedzaam en in volle concentratie aan het werk. Ik belandde op een bepaald moment op de grond en terwijl ik daar half tussen de touwen lag maakte Merza een verboden handeling. Hij ging door en plaatste nog een knie naar mijn hoofd die raak was. Op dat moment had de partij afgelopen kunnen zijn. Ik had alleen maar hoeven doen alsof ik niet verder kon en ik zou gewonnen hebben door diskwalificatie. Ik stond echter gewoon op om verder te knokken, opgeven zit niet in mijn natuur. Maar deze actie van Merza vertelde wel iets belangrijks over hem: waarom zou iemand die zeker was van zijn winst een dergelijke misstap begaan? Dit was duidelijk een teken van zwakte. “Was onze held dan misschien toch niet zo zeker van zijn zaak?”

Na de eerste ronde realiseerde ik mij dat ik het allemaal eigenlijk vooraf veel zwaarder had voorgesteld en dat gaf me moed. Ronde twee begon ik dan ook al een stuk soepeler te bewegen en ik had het idee dat ik Merza wel aardig in de peiling kreeg. Het meest opvallende was het gemak waarmee ik Merza steeds op mijn linker jab liet lopen. Fred stimuleerde me dan ook brutaler te worden en ik begon in ronde drie zelfs wanneer mogelijk pressie te zetten. Aan het eind van ronde drie zet ik een gesprongen knie in die hem vol raakt, precies onder de kin. Nu weet ik toch echt wel wat ik uitdeel, en een dergelijke treffer betekent normaal gesproken gewoon einde verhaal. Merza nam echter zijn acht tellen en was gelijk weer bereid verder te gaan. Onvoorstelbaar. Helaas kwam de bel gelijk na de acht hersteltellen en we moesten terug naar onze hoek. Het moment van die knie was de omslag in de partij. Het drong tot Fred en mij door dat we het misschien wel gewoon gingen flikken hier! Met aanzienlijk meer zelfvertrouwen heb ik de laatste twee rondes goed gedraaid. Ik voelde me inmiddels op gelijke voet met Merza en heb gewoon het beste eruit gehaald wat er op dat moment in zat. Merza was goed wakker geschud door de knie uit de derde ronde. Hij wist dat hij nu alles op alles moest zetten om zijn winst veilig te stellen aangezien de pot verder behoorlijk gelijk op ging. Zo maakten we er beiden twee goede laatste rondes van, en ik was dan ook erg voldaan aan het eind van de rit. Hoe dit verder ook beslist zou worden, ik had een goede prestatie neergezet en we waren trots op onszelf. Ondanks de acht tellen die ik Merza gaf en het verder gelijk opgaande wedstrijdbeeld dachten wij dat hij wel de winst zou krijgen. Zo gaat dat nou eenmaal vaak als een vechter ‘in eigen huis’ vecht. Fred en ik stonden elkaar dan ook nogal stom aan te kijken toen mijn handen omhoog gingen en mij de belt werd omgedaan. We waren er nou eenmaal volledig van overtuigd dat Merza de winst zou krijgen als ik hem niet neer zou slaan. Petje af dus voor de eerlijke jurering van de WFCA aldaar. “Wereldkampioen”, ik bleef het woord maar herhalen in mijn hoofd. Maar het besef kwam maar niet door.

Zoals het hoort was er ’s nachts een afterparty georganiseerd in een café in de stad. Dat was genieten zeg! Trots als een pauw liep ik daar rond met die belt onder mijn arm. Ik had de grootste pret en dacht bij mezelf: “Jullie dachten allemaal dat het mij niet ging lukken hè? Haha! Kijk eens wat ik hier bij me heb!” Bescheiden als Fred is zat hij daar met mij te genieten aan tafel en het deed me deugd dat deze gebeurtenis voldoende aanleiding voor hem was om zich te laten verleiden tot een biertje. Merza heb ik overigens niet meer gezien op het feestje. 

De volgende dag weer terug naar huis. Ik weet nog dat ik Rebecca belde toen ik de Nederlandse grens passeerde. Ik vertelde haar dat ik moe was en dat ik graag de hele avond in rust met haar alleen wou zijn. Gewoon de stekker uit de telefoon en even tot onszelf komen en mijn ervaringen delen. Daar had ik me even lelijk in vergist. Het hele huis was versierd en vanaf dat ik thuis kwam waren er vrienden en familieleden. Er liepen verslaggevers en fotografen naar binnen en uiteindelijk heb ik maar besloten alles over me heen te laten komen. Het werd een gezellige, en erg late avond. De volgende dag op mijn werk was ik dan ook meer dood dan levend. Fysiek gebroken, maar de roes van de overwinning hield mij wel op de been.  

Door deze roes en de vele beloftes die mij gemaakt waren maakte ik een grote denkfout: ik was zo dom om te denken dat de Superleague nu niet meer om mij heen kon. Mij was immers beloofd dat een goede prestatie zou leiden tot deelname aan de Superleague. Nou, het leek me dus wel duidelijk dat mijn deelname zeker was gesteld! Stom, stom, dat had ik nooit moeten denken. De eerstvolgende Superleague werd ik namelijk niet gevraagd. Nou vond ik dat niet zo heel erg, want ik was best nog wel een beetje overdonderd door al het gedoe rond de behaalde Wereldtitel. Maar er werden wel afspraken gemaakt voor een Superleague gala in januari. Januari werd februari, maar toen werd die bewuste datum ineens een week voor tijd verschoven! Vervolgens ging dit hele gala weer niet door en zou het maart worden enzovoort enzovoort. Belofte na belofte werd gemaakt en verbroken. Keer op keer leefde ik ergens naar toe, en sloeg ik andere aanbiedingen af. En keer op keer werd ik teleurgesteld. Totdat ik opeens besefte dat ik er geen lol meer in had. Ik voelde ineens niet meer het plezier in de sport die ik normaal elke training beleef. Ik ging me afvragen waar ik het toch eigenlijk allemaal voor deed, en dat heb ik nooit eerder gehad. Ik zet me gewoon als haast vanzelfsprekend met hart en ziel in voor mijn passie. Gewoon, omdat me dat lekker laat voelen. Wat was er met dat lekkere gevoel gebeurt? Wat moest ik nu beginnen? Mentaal raakte ik leeg, en ik voelde dat mijn vuur werd gedoofd. “Is dit nu het einde?” 

Ik besefte mij dus dat door de vele valse beloftes van de Superleague mij ineens het plezier werd afgepakt in hetgeen wat mij zo dierbaar is. Ook Rebecca had dit gemerkt en na een paar goede gesprekken met haar heb ik de afspraak met mezelf gemaakt dat ik dit nooit meer laat gebeuren. Ook Fred had alle begrip voor mijn standpunt en dus hebben wij besloten onze eigen koers te varen en onze planning niet meer af te stemmen op de loze beloftes van de Superleague. Tot op de dag van vandaag voel ik me daar heel prettig bij. Al gauw begon ik me weer lekkerder te voelen en ging ik weer met plezier naar de training. Alsof ik genezen was van een ziekte.  Door deze beslissing heb ik het gevoel dat ik voor mezelf en voor mijn passie ben opgekomen en daar ben ik trots op. Dan maar geen Superleague. Het is mij heel wat meer waard dat ik trots ben op mezelf als ik in de spiegel kijk.

"Success is not final, failure is not fatal: it is the courage to continue that counts"

Winston Churchill